Brandnetels en andere woekeraars

Als je opgegroeid bent met een aangeharkte moestuin dan kan je even schrikken van een startend voedselbos. Voor mij was dat ook zo toen ik 30 jaar geleden voor het eerst een permacultuurproject zag. Brandnetels, bramen, distels en fluitenkruid. Sommige mensen vragen zich af: waarom doen ze daar niks aan. Of op z’n Twents: wat ’n pröttel.

We doen niet helemaal niets. Wilde bramen halen we weg, want die maken het voedselbos ontoegankelijk. Ook de speerdistels steken we af voordat ze gaan bloeien. In een voedselbos werk je samen met de natuur. Als je de brandnetels helemaal weghaalt komt er zwarte grond waarop nog meer brandnetels opkomen, zo blijf je bezig. Véél ingrijpen betekent dat je tegen de natuur inwerkt, terwijl de natuur je enorm kan helpen. Brandnetelblad zorgt voor natuurlijke bemesting, het fluitenkruid onderdrukt het verstikkende gras, distels en zuring wortelen heel diep en halen zo belangrijke mineralen uit de ondergrond. Door weinig in te grijpen krijgen nuttige vogels en insecten de kans om hun goede werk te doen.

We zien jaarlijks de hoeveelheid kleine vogels toenemen. 25 nachtvlindersoorten zijn afhankelijk van brandnetel en 5 soorten dagvlinders: Kleine vos, Dagpauwoog, Gehakkelde aurelia, Atalanta, Landkaartje. Over 5 jaar is er veel meer schaduw in het voedselbos waardoor de brandnetels en distels vanzelf minder worden en andere soorten opkomen. Je kan de voedselbosboer midden in het voedselbos aantreffen, diep in gedachten verzonken aan het overwegen om iets te doen of niets te doen. Want alles wat je in een voedselbos doet heeft consequenties voor de lange termijn.